Brief 8

Ha net-iets-te-korte-keeper,

Misschien groei je een paar centimeter als ik je schrijf dat je een prachtige brief hebt geschreven. Hopen dat Jan jouw piekfijne voorzetjes snoeihard in de winkelhaak kopt. Genoeg met de voetbalmetaforen: ik schop even iemand op melkbushoogte neer en prik de bal lek. Wedstrijd gestaakt. Taalkundige inspiratiebronnen? Zin in. Daar kan ik uren over lullen. Maar ik zal het kort houden en mijn verhaal opsplitsen in een soort drieluik: dit wel, dit niet, dit misschien. Van volkszangers tot dichters, van taalwetenschappers tot schrijvers. Ik sluit niets uit, maar probeer – puur vanuit mijn eigen gevoel – te duiden waarom ik (n)iets van (n)iets vind. Poëtisch he?

Dit wel

Kees van Kooten, Harry Jekkers, Stef Bos en Peter Buwalda. De oplettende lezer ziet dat er geen vrouw tussenstaat. Dit is geen bewuste keuze. Ik ben niet vrouwonvriendelijk. Dat wil ik toch even gezegd hebben, voordat er vanavond hordes vrouwen met hooivorken, strijkijzers, wasmiddel, pek en veren voor mijn deur staan. Kees van Kooten en Harry Jekkers wrikken onderwerpen open met humor en spitsvondigheid. Stef Bos kleedt zwaarbeladen thematieken uit en laat ze tussen de mensen zweven. Peter Buwalda is ongekend eloquent, schrijft prachtige dialogen en beheerst (zachtjes uitgedrukt) de verteltechniek. O ja, Spinvis, bijna vergeten. Heerlijk voor op de zondag.

Dit niet

John Ewbank. Het is tijd om de fris geknipte liedjesschrijver bij zijn blonde manen te grijpen. De beste man heeft twintig nummer 1 hits, dus hij ligt vast niet wakker van mijn kritiek, maar het is mijn brief aan jou dus John-boy kijkt maar even lekker wat hij doet. Het is een methode, een truc. Hij schrijft over grootse, veelal ongrijpbare thematieken en hoopt dat het resoneert. Maar dat zal vast wel, want ‘de zon’, die in 80% van zijn liedjes voorkomt, hebben we allemaal wel wat mee. Zon, wind, regen, maan: flikker het in een rijmschema, laat die hijgerige Borsato – met zijn kekke sjaaltjes – het quasi-verwondert zingen en je hebt een hit. En dan ‘het moment die je wist dat zou komen’, de koninklijke hymne: het Koningslied. Een tekstuele aanfluiting, een wanhopig volgepropt concept, een lege bitterbal. Alles valt samen in één zin: de W van altijd-willen-winnen. Bedankt voor je bijdrage John.

Dit misschien

Dichtkunst. Ik blijf dit een lastig fenomeen vinden. Het klinkt dikwijls zo lekker dat ik er wat achterdochtig van kan worden en dan schieten er een boel vragen door mijn hoofd. Hoe komt het dat ik het niet begrijp, terwijl anderen bevestigende geluiden maken? Waarom ben ik na het lezen van twee regels in een dichtbundel al moe? En wat is de reden dat ik deze bundel gister zo enthousiast kocht? Woorden, ritme, inhoud, zeggingskracht: ik ben voorstander, maar voel het vaak niet als het in een dichtbundel geschreven staat. Wie weet wordt dit spreekwoordelijke gat ooit gedicht. Ik sta open voor dichten (is dit dan poëzie?).

Nog even over dichten gesproken… Stel dat er iets of iemand is waartoe jij een afstand voelt, letterlijk of figuurlijk, en jij kan in jouw volgende brief deze afstand dichten, hoe pak je dit aan? Welke afstand zou jij willen dichten? Ik weet dat dichten jouw forté is, dus zet ‘m op. 

Groet,

Nick

Brief 8 Communicatiestudio
Copyright Uitgesproken Gasten 2021 Alle rechten voorbehouden