Brief 4

Ha die Tim!


Weet je zelf niet meer waar mijn bijnaam vandaan komt? Een wilde, culturele avond in Gouda was de kiem voor het nog altijd klinkende Skleb Babuni. Als we het trouwens grammaticaal correct willen schrijven, en dat is als tekstschrijvers toch de ambitie, spreken we van ‘Sklep Babuni’. Vrij vertaald: de winkel van grootmoeder. Dit is hoe een cultureel avondje in Gouda eindigde in een Poolse bijnaam.


Ooit was ik deel van Rapaille Collectief. Een bonte verzameling professionele muzikanten en amateurs. Ik zat als volleerd trommelaar en ongekend triangel genie vaak achterin tussen de struiken of stoffige gordijnen. Zo speelden we menig cultureel venue plat. Ik zeg ‘we’, omdat jij er ook onderdeel van was als liedzanger. Van boerenschuren met zo’n 12 dorpse enthousiastelingen, kleine theaterzalen in de hoofdstad tot aan een stampvolle voormalige seksbioscoop. Culturele hotspots. De avond in Gouda past perfect in dat rijtje. 

De gelegenheid was een tentoonstelling genaamd ‘Cyclus der afvalligheid’. De uitgelezen kans om door te breken en binnen een paar maanden op landelijke televisie te komen. De verwachtingen waren hooggespannen en gelukkig was Job ook mee als roadie. Daar zaten we… Een beetje verdwaald tussen de vuilniszakken vol verbeelding, pretentie en waarschijnlijk nog een oude milkshake van de Mac. Dit zeg ik zonder dat ik iemand wil afvallen, maar waar het op neerkwam: dichten, drinken, drinken, dichten. Een doorslaand succes. Schriften weer dicht, instrumenten in de tas en 10 euro armer richting Gouda Centraal. 

Plots liepen we langs een kneuterig winkeltje genaamd ‘Sklep Babuni’. Een tweetal lekkere woorden die perfect in het metrum van een oneindig dronkemansliedje paste. Een liedje welk overigens met groot enthousiasme de coupé van Gouda naar Delft vulde. Enfin, het begin van Sklep Babuni. Wat ik zelf nog wel aardig vond die avond, was dat Job een gesprek probeerde te beginnen over de Tweede Wereldoorlog. Altijd wel een goed plan met een zeker promillage in je rugzak. Het kwam dan ook niet van de grond en verzandde in opmerkingen als: “Ah joh, ik weet ook niet precies hoe dat nou zat. Maar leuk was het in ieder geval niet.” Ik kom er straks alsnog even op terug.

Yes, tijd voor positiviteit: de lintjesregen. Al klinkt de neerslag van speldjes niet perse erg lekker, het is voor een select gezelschap een onvergetelijk moment. Je krijgt een lintje als je iets bijzonders doet voor de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan vrijwilligers die zich vijftien jaar of langer inzetten op het gebied van sport, pleegzorg of cultuur. Helaas was onze culturele carrière net iets te kort voor een lintje. Eerlijk gezegd wil ik ook geen lintje met zo’n speld waardoor ik altijd bang ben dat ik door mijn tepel prik. Maar ik wil wel graag een lintje uitreiken. Mag ik dat? Ja, dat mag ik. Tromgeroffel. 

Frans van Hasselt. Op 23 november 1940 was het drukker dan normaal aan het Delftse Oostplantsoen. Enkele honderden studenten hadden zich verzameld. Van Hasselt was verontwaardigd en nam het woord. De eerste, landelijke studentenstaking was een feit. Aanleiding was de schorsing van drie joodse hoogleraren, die van de Duitse bezetter niet langer hun werk aan de Technische Hogeschool (de voorloper van de TU) mochten blijven doen. Een prachtig verhaal. Duik er eens in. Head first. 

Dit brengt me toch nog even terug bij Job’s gespreksonderwerp tijdens onze ‘Sklep-Babuni-terugreis’ vanuit Gouda. Hoe kijk jij eigenlijk tegen de 75 jaar vrijheid aan? Zeker nu we in quarantaine zitten.

Sklep

brief 4
Copyright Uitgesproken Gasten 2020 Alle rechten voorbehouden