Brief 13

Toi toi toi,


het is die drieledige herhaling van het hoofddeksel van een indiaan waarmee je in theaterland lekker ‘vakgenoten-onder-mekaar’ de bühne op wordt gewuifd. Op lokale festivals met namen als biobaggerpop, rockshirtbaardlands en het grote boomknuffelfeest wordt je simpelweg met een halve liter lauw bier of biologische limonade door een vrijwilliger het podium opgeduwd. Even charmant. Leuk dat je me in jouw brief vraagt wat voor type showman ik ben. Het antwoord zal voor veel mensen verrassend of onwaarschijnheilig zijn (leuke samenvoeging eigenlijk). Komt ‘ie.

Met een ietwat stoere muts met klep en m’n broek op half zeven kijk ik wat jaloers naar een paar stoere gasten met dikke gitaren, rode ogen en een klaarblijkelijk onuitputtelijke bron aan frustratie. In Het Lab, een gekraakt laboratorium in Delft, spelen de punkrockbands van de vrienden van m’n broer. Als vijftienjarig hiphopperig broertje van m’n broer jank ik in m’n hoofd stiekem mee met de scheurende gitaren. Er begint iets te kriebelen. Te gloeien. Te branden. Terwijl de band het nummer “Doctor Poop” inzet, dwaal ik af naar een visioen waarin ik zelf op het podium sta te rocken. Droom geboren.

Maargoed, de buikspreekpop van John Ewbank zong het al: “De meeste dromen zijn bedrog”. Hoe kan ik het tegendeel bewijzen? Na een mislukt pianoles experiment lijkt een carrière als nieuwe Wibi of Stips er niet in te zitten. De juiste snaren raken is ook al geen forté. Leent mijn stem zich voor een zangpartijtje? Misschien ontstaat hier mijn interesse in taligheid. Door creatief met taal om te gaan hoef ik niet te zingen, niet te rappen, en kan ik toch songs schrijven. Recept: bouw ritmes met woorden en geef zinnen melodie. 

Waarom deze uitgebreide ontstaansgeschiedenis? Het heeft alles te maken met hoe ik vandaag de dag op een podium sta. Want ook al weet ik maar al te goed dat ik graag het podium pak en aandacht best lekker vind, als showman blijft Tim vooral een onzeker en bescheiden type. Onzeker over mijn muzikale kunnen sta ik het liefst tussen klasse muzikanten die die onzekerheid volledig overstemmen. Bescheiden over mijn eigen bijdrage stap ik dan wel weer in de spotlights om met het publiek te levelen. Om een eventuele afstand te dichten met verhalen, een knipoog, een seksueel getinte insinuatie. Dat gaat me soepeltjes af. 

Het samenspel van een bescheiden show met ballen en oprechte muziek met opvallende teksten werkt. De sfeer slaat bijna altijd over op het publiek. Dat dat zo vaak lukt samen met bevriende muzikanten als Ruji, daar had dat broertje van m’n broer in het gekraakte Lab stiekem toch erg trots op geweest. En is hij nog steeds.

Genoeg over mezelf, laten we het dit keer ook niet over jou hebben. Zeker niet. Dames gaan voor. Dus laat ik deze brief wenden aan onze nieuwe partner in Uitgesproken crime Juliet. Dus Juliet bij deze een prachtige vraag om jezelf te introduceren: met ervaring in de Delftse horeca, hoe ziet een gemiddelde dag op een terras vol hitsige tieners, irritante toeristen en lieve vaste gasten er zo’n beetje uit?

Copyright Uitgesproken Gasten 2021 Alle rechten voorbehouden